Ik ben graag in de natuur, wandelen, fietsen, zo nu en dan fotograferen. Soms kom je dan dingen tegen die je aandacht trekken. Zo ook aan de stille kant van het Oranjekanaal. Een groot bord met daarop het verhaal van de raadselachtige verdwijning van Annigje II.

“Zo’n 150 jaar geleden werd dwars door het woeste Drentse Landschap het Oranjekanaal gegraven (voltooiing in 1861) om de turf af te voeren. Het bracht niet de welvaart waarop men hoopte. Integendeel, de mondelinge overleveringen gaan over armoede en rampspoed.

Het verhaal over de beruchte schipper Egbert Vosch (bijgenaamd ‘Kwaoie Eggie’) van het turfschip Annigje II. Samen met zijn zeven zonen en een wisselende vrouwelijke* bemanning, werd hij ‘de Schrik van de vaort’ genoemd. Geen wonder, want als ware piraten joegen zij over het Oranjekanaal op zoek naar buit.

* De slechte naam van de Annigje II had een aanzuigende werking op veel jonge Drentse vrouwen, die erotiek en avontuur boven poetsen en boenen verkozen.

Wee de ongelukkige schipper die door hen werd overvallen, die was niet alleen zijn schip en lading kwijt, maar ook zijn gouden oorring. Als er op het kanaal niets van hun gading was te vinden, stapte de bende aan de wal om postkoetsen de beroven.



Kwaoie Eggie.

Maar het kon nog erger…. Op een kwade dag voeren ze naar Hijkersmilde, een vredig dorpje aan de monding van het Oranjekanaal en staken de kerk in brand. Een daad van zinloos geweld.

Toen was het genoeg en er werd van Hoogerhand ingegrepen. Volgens ooggetuigen scheurde het wolkendek open en klonk het galmend ‘Gij zondaren, dat zal u rouwen tot aan de jongste dag!’ Schipper Egbert -die God noch gebod kende- keek verbaasd omhoog, maar zag niemand. Hij ontstak in razernij en brulde ‘Ik bin veur den duvel nie bange veur stemmen’

Dat had hij beter niet kunnen doen. Plots trokken de wolken weer samen en begonnen wild te kolken. In een angstaanjagende hoos van wind en water werd Annigje II opgetild en verdween spoorloos. Het leek wel of het schip met man en muis in het niets was opgelost.

De toenmalige wereld stond voor een raadsel. Al deed het sommigen aan de ‘Vliegende Hollander’ denken, maar dat is een legende. Vele jaren later werd in Beilen een gehavend scheepsroer op de brink aangetroffen. Hoe was het daar terecht gekomen? Oudere inwoners herinnerden zich het barre lot van schipper Egbert Vosch. Dit was het roer van de Annigje II. Ze wisten het zeker.

Ter gelegenheid van het 150-jarig bestaan van het Oranjekanaal staat het roer van de Annigje II (in bruikleen, naast het bord opgesteld. Helaas zijn er historici die dit alles afdoen als volksverlakkerij.

De bewoners langs het Oranjekanaal weten wel beter. Op mistige avonden zien zij de schim van een stuurloos zeilschip boven het water zweven en horen hartverscheurend gejammer. Huiverend sluiten ze dan hun deuren en vensterluiken.” Een spannend verhaal. U moet er maar van geloven wat u wil.